Groeten uit het Coehoornkwartier – De Kleine Eusebius

Op de plek van het Coehoornpark stond tot 1990 de Kleine Eusebius. Het was een rooms-katholieke kerk gebouwd in 1864 in neogotische stijl. Het aartsbisdom Utrecht, de eigenaar van de kerk, wilde in de jaren tachtig van de vorige eeuw niet dat ze omgebouwd zou worden tot een appartementencomplex. Het gevolg was dat de Kleine Eusebius gesloopt werd en het terrein braak kwam te liggen totdat het nu omgetoverd is tot een parkje.

Eusebius was in de tijd van de Romeinen de naam van heiligen en eunuchen.

De Grote Eusebiuskerk bestaat nu nog, al had het na de Tweede Wereldoorlog niet veel gescheeld of ze was geëindigd. als een ruïne, een Mahnmal in de trant van de Berlijnse Gedächtniskirche.

De Grote Eusebius was in de middeleeuwen de parochiekerk van Arnhem, zeg maar de belangrijkste kerk en de trots van de stad. De heilige Eusebius was de beschermheilige van Arnhem, maar niet vanaf het begin. Eerst was dat Sint Maarten, de nationale heilige van de Franken en Frankrijk, voordat Jeane d’Arc op het toneel verscheen. Ook in Arnhem raakte in de vijftiende eeuw Sint Maarten wat uit de mode en zocht men naar een heilige die met zijn wonderen meer zieken kon genezen, die toen door de wereld trokken op zoek naar een heilige die hen kon helpen. Uit het klooster Prüm in de Eifel (de eigenaar van de kerk) arriveerden in 1453 relikwieën van Sint Eusebius. Voor die gelegenheid werd met de bouw van een veel grotere kerk begonnen, die uiteindelijk de afmetingen van een kathedraal kreeg. Ook werd er een heiligenleven van hem geschreven, een soort biografie, en een register aangeschaft waarin alle wonderen opgetekend werden die hij verrichtte om de zieke pelgrims te genezen die naar Arnhem kwamen. Maar hij pakte niet door, de wonderen bleven uit en Arnhem werd nooit een belangrijk pelgrimsoord, zoals ’s-Hertogenbosch dat bijvoorbeeld nu nog is.

Nadat Arnhem in 1579 gereformeerd geworden was verdween Eusebius bijna helemaal van het toneel. Hij werd de patroonheilige van de kleine rooms-katholieke statie in de Varkensstraat. Het was een missiepost. Nederland had toen de status van missiegebied, zoals Afrika en delen van Azië. Hieraan kwam pas in 1853 een einde door het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie. De emancipatie van de rooms-katholieken was begonnen. Dat wilden ze laten zien en overal in Nederland schoten grote neogotische kerken als paddenstoelen uit de grond.


St. Eusebiuskerk aan het Nieuwe Plein 11 op de hoek van de Coehoornstraat omstreeks 1905


Nieuwe Plein ongeveer op dezelfde plaats in 2018

De Kleine. Eusebius werd in 1864 gebouwd in de stijl van de gotiek, de glorietijd van rooms-katholieke kerkenbouw in de middeleeuwen. Alleen het was niet meer wat het geweest was. Veel van de gotische bouwelementen van de kerk werden in pleisterwerk uitgevoerd, waardoor men wel smalend sprak van stukadoorsgotiek. Ook was de kerk niet meer, zoals het hoort, met het priesterkoor en het altaar naar het oosten gericht, de richting van Jeruzalem waar Christus op de dag van het Laatste Oordeel zal neerdalen. Het koor van de nieuwe Eusebius lag aan de westkant en de toren met de ingang aan de oostkant, aan het Nieuwe Plein. Zo paste de kerk beter in het rijtje herenhuizen. Ze had aan het begin van de twintigste eeuw huisnummer 11.


Interieur van de St. Eusebius met het priesterkoor en hoofdaltaar rond 1915 gezien naar het westen

 


Het Coehoornpark ongeveer gezien in dezelfde richting in 2018

 

Tot het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) weerklonken hier nog Gregoriaanse gezangen. Credo in unum Deum, Patrem omnipotentem (ik geloof in één God, de almachtige Vader) kon men er horen zingen. Daarna verdween het Kerklatijn en later volgden vele kerken. Ze werden gesloten, kregen een andere bestemming of werden afgebroken. De rooms-katholieke geloofsbelijdenis is uit het collectief geheugen verdwenen.

Ronald Wientjes

Lees meer van Groeten uit het Coehoornkwartier van Ronald Wientjes